journaal

Fucking life.

U wilt ze niet natellen maar volgens Wikipedia komen ze gemiddeld met zo’n 150 miljoen en ongeveer gelijktijdig aanzetten: de spermatozoïden. Allemaal op zoek naar die éne gloeiende eicel die een belofte van leven in zich draagt, al weet geen enkel kwispelend projectiel wat dat precies inhoudt. Goed kunnen zwemmen is de boodschap én de voorwaarde. Bovendien is de weg  lang en bezaaid met hindernissen: membranen moeten doorboord, bochtige halzen genomen, zeeën van zuur getrotseerd.

Uiteindelijk zal één jagertje het vruchtbare bastion binnendringen om te versmelten en  te  delen. En zo  -  een lang verhaal kort makend  - is er na 9 maanden mogelijk een nieuw mensenleven dat het licht aanschouwt.

Kort geschetst verloopt het scenario van dan af  als volgt:  na de geboorte en gesteld dat alles meezit, groeit de homo sapiens uit tot een fysiek toppunt dat hij bereikt rond zijn 25ste.  Daarna gaat het  gestaag bergaf tot aan het bekende einde.  Intussen tijd kan de mens evolueren door  verworven of  gedeelde kennis, oefening,  nieuwe inzichten, verruimde horizonten, scholing, ervaring en zo meer.

Veel echter van wie hij is en tot wat hij zal kunnen verworden ligt al verankerd in dat kleine mensje. Als een ponskaart, een interne barcode waaraan niet zomaar getornd wordt.

Behept met hamsterwangen en de trage tred van een schildpad, voorzien van een ebbenhouten huid of een bleek velletje,  met  X-benen of  de stelten van Hannelore Knuts,  het brein van Einstein of dat van een Bonobo,  de stem van Greet Op de Beeck of die van Annemie Struyf, je houdt het niet voor mogelijk welke combinaties of creaties kunnen voortspruiten uit twee fucking people.

Los van met welke wapens hij aan de startmeet vertrekt,  staat vast dat de mens een heel eind van de rit niet voor zichzelf kan zorgen en dus afhankelijk is van de goodwill van z’n omgeving.

Heb je bij geboorte misschien geluk met de bedeling van ‘oren en poten’, dan kan het hier alsnog grondig misgaan. Het mag nu al duidelijk zijn dat de weg die de mens aflegt maar best geplaveid is met een grote dosis geluk. Daarbij hoort natuurlijk ook de plaats van de conceptie. En dan bedoelen we niet de keukentafel, het bed  of de poep (*1), maar het continent, de plek op deze wereld waar de mens geboren wordt en zal gedijen.

Hurkt mama achter een boom of ligt ze op een ziekenhuisbed met  gesteven lakens? Staan er suikerbonen naast een lieflijke wieg of is het een bedje van stro? Hoor je Mozart op de achtergrond of  het geratel van machinegeweren? Voelt  het warm en gezellig in huis of is de straat het huis? Wordt er met Champagne geklonken op de geboorte of  is zelfs de moedermelk te schaars omdat mama honger en dorst lijdt. Het kind zal in ieder geval met dezelfde genen niet hetzelfde vermogen genereren in een oase als in een woestijn. Niet dezelfde ontplooiing etaleren vanuit Darfoer als vanuit Brussel.

Maar zelfs al staat je wieg in Scherpenheuvel eerder dan in Kaboel, ook met de zorgverleners kan het misgaan. Al is het huis verwarmd en straalt het voortuintje naar de straatzijde, je zal maar een ouder hebben die niet voor zichzelf kan zorgen.  Die ziek is of wie weet onbekwaam of verslingerd aan de Whisky.     

Een andere, beangstigende mogelijkheid is dat je ouders simpelweg vroegtijdig omkomen. Beschik je dan niet over een lieve tante of oom, kom je wellicht in een weeshuis terecht; iedereen herinnert zich de beelden uit Roemenië. Maar ook dichterbij kan het mislopen door een baarlijke bisschop bijvoorbeeld.

Fucking life!

Uiteraard is ook het moment van de conceptie van cruciaal belang. Het tijdperk. Werd je geboren in de Victoriaanse periode of  tijdens de Arabische lente. Was het in de periode van de Apartheid of  middenin de Europese crisis. Werd Amerika bestuurd door de eerste zwarte president of heb je herinneringen aan een wereldoorlog.

In ieder geval mag men veronderstellen dat een aantal zaadcellen, nog voor de bevruchting, als de bliksem rechtsomkeer zouden maken mochten ze hun toekomstig lot beschreven zien.

Wat er zich tijdens het zelfstandige leven van de mens kan afspelen zou ons te ver leiden. Met korte én lange ij.     

Rest nog één fucking gruwelijke vaststelling die ik jullie niet wil onthouden: nl. de mogelijkheid van de opeenstapeling van wrede lotsspelingen die zich helaas niet door elkaar laten afschrikken of opheffen. Erger nog: sommige penibele situaties zijn een ideale voedingsbodem voor nog meer miserie. Ook het Goddelijke advies om je andere wang aan te bieden voor een tweede kaakslag blijkt geheel overbodig.  Het leven kan zonder verzoekingen meedogenloos zijn en deelt vaak meerdere klappen uit aan dezelfde slachtoffers.

In dit ‘fucking  life’ bestaat nauwelijks rechtvaardigheid. Het is overigens een begrip dat wij mensen gestalte proberen te geven maar dat in de natuur niet voorkomt. Daar geldt immers de wet van de sterkste. Er is het lot, mogelijk aangemoedigd door persoonlijke onhandigheden. Er is onze sterfelijkheid. Een akkefietje tussen de levende wezens die ons omringen maar een hoofditem dat bij onze soort  grote vragen oproept, onder meer over het waarom en de zin van ons bestaan. Over de pijn en het verdriet die als te schrijnend  ervaren kunnen worden. Over steeds weer loslaten.

En toch,  even grenzeloos als daar zijn de verschrikkingen die ons eventueel overrompelen, zo groots en overweldigend is ook de schoonheid van deze aardbol en zo onbeschrijfelijk mooi kan het leven zijn.  Als de natuur ons niet teveel geselt met water, wind en vuur, als het niet te erg rommelt in haar buik en boven onze hoofden, kunnen we met immense bewondering van haar genieten. Al is ook die mogelijkheid met valkuilen bezaaid, op de proef gesteld  door onze levenswijze enerzijds en het groot aantal  ‘fucking people’ anderzijds.

Daar waar de wetenschap gaandeweg  meer ontrafelt en de ongelovigen onder ons in hun overtuiging sterkt, blijven er raadsels te over. Zelfs het demystifiëren van de oerknal vormt geen alomvattend antwoord.  Hoe dan ook, met een dozijn Goden of  in de schoot van het atheïsme:  de zucht naar één of andere vorm van spiritualiteit, de hunker naar iets dat de kille vaststelling overstijgt,  blijft overeind. (daarom kunst?) Of zoals een beroemde passage  uit ‘ Nachttrein naar Lissabon’ propageert: “Ik wil niet in een wereld zonder kathedralen leven. Ik heb hun schoonheid en verhevenheid nodig. Ik heb ze nodig als verzet tegen de platvloersheid van de wereld….”

Ook in het leven van alledag zijn er toevalligheden die wij graag laten balanceren op de rand van het rationele. Bizarre ontmoetingen, vreemde verbanden die het leven kruiden met magie. Hoe saai zou het zijn daarzonder?

In ieder geval lieve vrienden,  samen met jullie praten, eten en drinken, heerlijk fraseren over de zin en de onzin van dit ‘fucking life’ , over de balsem  van muziek, literatuur en kunst, over de liefde en het grote lijden, de passie en de vriendschap, het  universele en het individuele en er nooit  uit geraken natuurlijk, dat is waar ik van hou.    

Op jullie, op de vriendschap en een mild 2013!

Myriam

 

 (oktober 2012/febr. 2013)

 

(*1) Herinner u een hilarische aflevering uit ‘in de Gloria’!

thema » De waan van de dag